Witsenkade
Verloskundigen.

Historie en gebruiken.

Korte geschiedenis van Nederlandse vroedvrouw en baring

In de oudste tijden, toen er nog niets bekend was over de anatomie, geprobeerde men een moeilijk verlopende baring te bevorderen door de vrouw te laten veranderen van houding. In oude boeken vind je dan ook beschrijvingen van de geboortestoel en het op schoot nemen van de barende. De grootste verloskundige van de oudheid is Soranus van Ephesus (2e eeuw na Chr.); hij beschreef een manier waarop de ongeboren baby gekeerd zou kunnen worden. De Middeleeuwen worden gekenmerkt door een volkomen verwaarlozing van de verloskunde, toch verrichtte Nufer omstreeks 1500 voor het eerst een keizersnede met goed gevolg (voor moeder én kind) bij zijn eigen vrouw. Dertien jaar later verscheen het eerst een vroedvrouwenboek van Eucharius en Roesslin, waarin de inzichten van Soranus werden opgenomen.

Tijdens de bevalling zat de barende op een baarstoel, of op een matras in de bedstede. Omdat een bedstede aan drie zijden gesloten is, was er weinig ruimte voor omstanders. Als dit een probleem opleverde werd er ook wel eens een aantal stoelen met de rug op de grond gezet om daarop het matras te plaatsen, dit werd een ‘kortbed’ genoemd. In sommige gevallen ging een barende op de schoot zitten van een vrouw, de ‘schootster’.

De plaats van de bevalling werd bepaald door de financiële gesteldheid van de familie. Armen bevielen in gasthuizen, waar het sterftecijfer enorm was door kraamvrouwenkoorts. Dit was tot eind 19e eeuw een zeer gevreesde complicatie, pas na het verbeteren van hygiëne en voorzieningen daalde het sterftecijfer. In hogere kringen was het gebruikelijk om thuis te bevallen en verzorgd te worden. Er kwamen soms zelfs vrouwen in dienst van het gezin (minnen genoemd) om de baby borstvoeding te geven.

Door Chamberlen werd de eerste verloskundige tang geconstrueerd, een instrument dat na vele verbeteringen in handen kwam van iedere arts (1720). Van Deventer zag in dat er verband lag tussen een bekkenvorm met de grootte van een kinderhoofd en beschreef verschillende afwijkingen van het bekken. Ondanks dit alles bleef de sterfte van moeder en kind in de 19e eeuw vrij hoog, totdat Semmelweis in 1847 zijn ontdekking deed. Hij ontdekte dat het belangrijk was je handen te wassen voor en na een bevalling om daarmee het overdragen van bacteriën te voorkomen. Daarnaast werd in 1848 de narcose ingevoerd. Door de toegenomen kennis van anatomie en fysiologie kreeg men een steeds beter beeld van het baringsproces en de factoren die voor het normaal verlopen ervan belangrijk waren. Ook de operatieve verloskunde nam in de 20ste eeuw een hoge vlucht, daardoor werd de keizersnede een ingreep met zeer lage sterfte. Ook werd toen het belang gezien van prenatale zorg, omdat verschillende afwijkingen tijdens de baring kunnen worden voorkomen door behandeling in de zwangerschap.

Tot 1700 was de praktische verloskunde uitsluitend in handen van vrouwen. Vroedvrouwen waren jarenlang ongeschoolde vrouwen, zij verkregen de noodzakelijke kennis en ervaring door de praktijk. Naast het begeleiden van bevallingen namen zij ook nevenfuncties aan, zoals het in huis nemen van zwangere vrouwen en het bakeren van zuigelingen. Door het begeleiden van bevallingen kwamen vroedvrouwen bij dag, maar meer nog bij nacht en ontij, in de huizen van alle mogelijke bevolkingsgroepen. Dit waren in veel gevallen donkere, slecht verlichte en geventileerde ruimten, vaak onder onhygiënische omstandigheden. Daarom gaven vroedvrouwen ook adviezen over hygiëne en algemene gezondheid. Tevens had zij als taak bij de geboorte van een buitenechtelijke kind de naam van de vader op te vragen en daarvan verslag doen bij de overheid. Tenslotte moest zij (mede) de opleiding van aspirant-vroedvrouwen verzorgen.

Vroedvrouwen hadden twee mogelijkheden voor het uitoefenen van hun vak: vrij gevestigd of door de overheid in loondienst worden aangesteld. Zij werden lid van het chirurgijngilde en waren daardoor – als vrouw – de meest geëmancipeerde beroepsgroep! Het niveau van verloskundigen onderling in Nederland verschilde erg. Zo bezat Groningen in de 17e eeuw al een vroedvrouwenschool, Amsterdam daarentegen opende pas in september 1861 de Rijkskweekschool voor vroedvrouwen. Studenten werden daar in twee jaar op kosten van het Rijk opgeleid, om praktijkervaring op te doen had de school vanaf 1883 de beschikking over een eigen model-kraamkamer waar jaarlijks ruim 100 bevallingen plaatsvonden. Aan het eind van de 19e eeuw verenigden vroedvrouwen zich in wat later de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV) zou heten, om zich vanaf dat moment gezamenlijk sterk te maken voor hun positie en hun bevoegdheden. Tevens werd de opleiding verlengd en verbeterd. En met succes. De eigen beroepsverantwoordelijkheid en de bevoegdheden van de verloskundige werden steeds verder uitgebreid.

Delen vrij vertaald uit de Winkler Prins

Beeldje in praktijk.

Oude gebruiken

Hansje-in-den-kelder

In de 17e eeuw was het in de hogere kringen gebruikelijk om kennis te geven van een zwagerschap, door middel van ‘Hansje-in-den-kelder-‘. Het ritueel was dat de (schoon-) ouders werden uitgenodigd, en er een Hanzebeker op tafel werd gezet. Terwijl iedereen doodstil zat te wachten, werd er speciale likeur ingeschonken. Als het glas vol was dan kwam er een klein drijvertje naar boven in de vorm van een kindje. Er werd dan geroepen: “Hansje in den kelder”. De likeur werd daarna uit de beker gedronken op een goed verloop van de zwangerschap en bevalling. Tijdens het drinken werd er gezongen: “ Men drinkt, als ‘t komt te pas, kaneelwijn frisch en helder, geluk aan de echtgenoot met Hansje in den Kelder”.

Zwangere op poster.

Omstreeks 1800 raakte dit gebruik in de vergetelheid, toch is de likeur nog tot op de dag van vandaag te verkrijgbaar bij de speciaalzaken. In het Amsterdams Historisch museum is er nog een Hanzebeker te bewonderen.

Kandeel

Kandeel is een sterke drank voor het kraambezoek. Deze dank bestond uit een mengsel van witte wijn, kruiden, suiker en eidooiers. De kersverse vader droeg een satijnen muts met een pluim (de kraamherenmuts) terwijl hij in de kandeel roerde met een kaneelstok. Daarna deelde hij de kandeel rond in speciale kandeelkommetjes.

Beschuit met muisjes

Al sinds de 17e eeuw werd kraambezoek getrakteerd op beschuit met muisjes. Muisjes stonden namelijk symbool voor vruchtbaarheid. Bij meisjes roze muisjes, bij jongens witte. Later werden de witte muisjes door blauwe vervangen. Het anijs in de muisjes zou de borstvoeding stimuleren en zou de boze geesten bezweren.

Bakerpraatjes

Dit zijn bijgelovige beweringen over conceptie, zwangerschap en bevalling. (Ze zijn dus niet waar!) Zo dacht men het volgende:

  • Als je een baby onder de voetjes kietelt, zal het later gaan stotteren.
  • De plek die de moeder tijdens het eten aanraakt zou de plaats zijn waar de baby later een moedervlek krijgt.
  • Voor iedere keer dat een vrouw niet haar zin krijgt in de zwangerschap krijgt het kind een moedervlek.
  • Bij het drinken van veel koffie krijgt men een kindje met rode haren.
  • Surinaamse bakerpraatjes: Mannen moeten alles voor hun zwangere vrouw halen of maken waar zij trek in heeft. Doet hij dat niet dan krijgt de baby een wijnvlek.
  • Het kijken naar lelijke dingen veroorzaakt een lelijk kindje.
  • In Turkije is het eten van perziken tijdens de zwangerschap streng verboden, omdat dit een harig kind zou veroorzaken. Dit zou komen door het donzige schilletje van de perzik.
  • Wanneer je een belofte met een zwangere vrouw breekt, krijg je ontstoken ogen, zegt men op de Nederlandse Antillen.

Veruit de meeste bakerpraatjes gaan over het voorspellen van het geslacht:

Meisje Jongen
Je hoofd wordt dikker Je hoofd verandert niet
Je eet geen kapjes van het brood je eet niets liever dan kapjes
Je snakt s´morgens naar sinaasappelsap Je hebt geen speciale trek in sinaasappelsap
Je draagt de baby hoog Je draagt de baby laag
Je voelt de baby m.n. rechts trappen Je voelt de baby m.n. links trappen
Je bent erg moe Je bent niet extreem moe
Je slaapt het liefst op je rechterzij Je slaapt het liefst op je linkerzij
Je hebt warme voeten Je hebt koude voeten
Je nieuwe haar groeit over je hele nek Je nieuwe haar in je nek is V-vormig
Je hebt zachte handen Je hebt ruwe handen
Je hebt een lage weerstand Je bent erg sterk en energiek
Je ademt normaal Je bent kortademig
De toekomstige vader is ontspannen De toekomstige vader is onrustig
Het gewicht van de vader is stabiel De toekomstige vader komt aan
Je hebt een ochtend humeur Je bent de hele dag vrolijk
Je krijgt dikke billen Je krijgt dikke benen
Je hebt een ronde buik Je hebt een puntige buik
Je houdt plots van zoete dingen Je houdt plots van zoute dingen
Je besteedt nu weinig tijd aan koken Je besteedt veel tijd aan koken
Baby beweegt als je naar muziek luistert Baby ligt stil als je naar muziek luistert
Meisje loopt op straat.